

Veerse Toren straalt weer als vanouds
RAAMSDONKSVEER - Bij knooppunt Hooipolder heeft de honderdjarige watertoren van Raamsdonksveer zijn oorspronkelijke uitstraling teruggekregen. Achter de restauratie schuilen jaren van onderzoek, specialistisch vakmanschap en een bijzondere liefde voor erfgoed.
De watertoren bij knooppunt Hooipolder, ook wel de Veerse Toren genoemd, laat weer zijn oorspronkelijke gezicht zien. De steigers verdwijnen verdieping voor verdieping en daarachter verschijnt steeds meer van het gereconstrueerde metselwerk: zacht rood met geel-brons nuances, ofwel ‘bloesemkleur’. Nog een paar maanden en dan opent de honderd jaar oude watertoren opnieuw zijn deuren. Deze keer niet als onderdeel van het waterleidingnetwerk, maar als het hart van het nieuwe Postillion Hotel Breda-Biesbosch.
Drie jaar geleden was de Veerse Toren nog een gebouw waarvan veel oorspronkelijke details verstopt waren geraakt achter latere verbouwingen en dikke stuclagen. De karakteristieke art deco-ornamenten waren verdwenen, vensters dichtgezet en het oorspronkelijke metselwerk nauwelijks meer zichtbaar. ‘Na jaren van restaureren staat hier na de zomer weer de toren zoals architect Hendrik Sangster hem ruim een eeuw geleden ontwierp’, aldus trotse eigenaar Bram Polak. ‘Verdwenen details zijn teruggebracht, het karakteristieke metselwerk is hersteld en ook binnenin blijven historische elementen zichtbaar. Tegelijkertijd voldoet de toren straks aan de eisen van deze tijd, met nieuwe functies als vergaderruimtes en een skybar bovenin.’
Eerst onderzoeken, dan restaureren
Het resultaat mag er zijn, maar eenvoudig was het niet, vertelt projectleider Malu Kramer van Erkend Restauratie Bedrijf Oome Raamsdonk. Het ERB-gecertificeerde bedrijf komt zelf uit Raamsdonksveer. ‘Voordat we de watertoren ook maar een millimeter bewerkt hadden, zat er al een flinke periode aan voorbereidend werk op. We maakten begrotingen, bestudeerden de oorspronkelijke bouwtekeningen en historische foto’s, doorliepen vergunningstrajecten en onderzochten de staat van het betonskelet en de gevelconstructie.’
Daarvoor inspecteerden specialisten met een kraan en werkbak de gevel op tientallen meters hoogte. ‘Eerst wilden we onderzoeken of we de oorspronkelijke gevelstenen konden behouden,’ vertelt Malu. ‘Maar de stuclaag bleek zó hard en dik dat de stenen beschadigden zodra we die verwijderden. Toen moesten we opnieuw gaan nadenken: hoe brengen we de toren toch zo authentiek mogelijk terug?’
Samen met architect Ronnie Kuiper, erfgoedinstanties en specialisten werd ieder detail onderzocht. Zelfs het oude voegwerk onderging een analyse om te achterhalen welke samenstelling oorspronkelijk gebruikt was. Uiteindelijk produceerde een ambachtelijke steenfabriek uit Gelderland speciaal voor dit project nieuwe bakstenen, afgestemd op de kleur, vorm en structuur van 1925. ‘Je probeert alles zo dicht mogelijk bij het origineel te houden,’ legt Malu uit. ‘Niet alleen qua uitstraling, maar ook in materiaalgebruik en constructie.’
Tijdens de bouwfase nam het bouwteam ook het volledige betonskelet onder handen. Plekken waar het beton vroeger niet goed gevuld was, zogeheten grindnesten, werden geïnjecteerd en beschadigde wapening werd gerepareerd. De koepel kreeg een waterafstotende coating en de gevel werd aan de binnenzijde geïsoleerd zodat de toren straks voldoet aan moderne duurzaamheidseisen.
Historische puzzel
Tijdens de restauratie bleek de toren vol verrassingen te zitten. Onder dikke lagen stucwerk kwamen verdwenen ornamenten, oude raamopeningen en art deco-details tevoorschijn. Sommige details waren tientallen jaren geleden letterlijk weg gehamerd. ‘Op oude foto’s zagen we dát er iets zat, maar niet precies wat,’ vertelt Malu. ‘Dus hebben we stukje voor stukje de gevel opengehakt om het oorspronkelijke ontwerp terug te vinden. Dat deden we heel voorzichtig, soms met niets meer dan een kleine beitel en een hamer. Als je te snel werkt, ben je mogelijk historische informatie kwijt.’
Oude foto’s van de toren speelden daarbij een grote rol. Bijzonder is dat de kleinkinderen van architect Hendrik Sangster origineel beeld aanleverden van de toren uit 1925. Malu: ‘Daarmee konden we details steeds verder aanscherpen. In totaal hebben we ongeveer 200 oorspronkelijke vensters en art deco-elementen teruggebracht.’
Hoog werken, met weinig ruimte
De restauratie van een monument van 44 meter hoog bracht flinke uitdagingen met zich mee. Niet alleen technisch, maar ook logistiek, vertelt Malu. ‘Per verdieping heb je maar heel weinig ruimte. Soms konden er maar drie of vier mensen tegelijk werken. Dan kun je niet zomaar extra vakmensen inzetten om tempo te maken.’
Vooral het voormalige waterbassin boven in de toren bleek een ingewikkelde puzzel. ‘Daar loopt straks een lift doorheen en een trap rondom richting de skybar bovenin. Tegelijk moest het historische bassin behouden blijven. De veiligheid was daar echt een uitdaging. Je werkt op grote hoogte, in kleine ruimtes en iedere sparing beïnvloedt de constructie. Daarom hebben we de planning soms bewust aangepast om veilig te kunnen blijven werken.’
Balanceren tussen erfgoed en nieuwe functie
Bij de restauratie keek ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed mee. Want hoe geef je een rijksmonument een duurzame nieuwe functie, met behoud van monumentale waarden? ‘We hebben daar jarenlang gesprekken over gevoerd,’ vertelt Bram. ‘We wilden het monument zo veel mogelijk in oude glorie terugbrengen, maar ook goed beleefbaar en bruikbaar maken.’ Malu gaat verder: ‘Daarom hebben we oorspronkelijke elementen zo veel mogelijk behouden, zoals het oorspronkelijke waterleidingsysteem, het bassin en delen van de originele stalen trap. Zelfs de oorspronkelijke raamindeling hebben we hersteld, ook al zouden zulke ramen tegenwoordig heel anders worden ontworpen. Bij moderne nieuwbouw zouden ze waarschijnlijk groter en hoger worden geplaatst, bijvoorbeeld voor meer daglicht, uitzicht en een praktischere indeling. Juist omdat het een monument is, wilden we de oorspronkelijke verhoudingen en posities behouden.’
Nieuwe toekomst voor vertrouwd herkenningspunt
Straks krijgt de bekende toren een nieuwe functie als onderdeel van het hotel: met vergaderruimtes en een skybar bovenin. Toch blijft het verleden overal zichtbaar. ‘Je voelt straks nog steeds dat dit een watertoren was,’ vertelt Bram. Voor hem is de restauratie meer dan een bouwproject. Omdat zijn vader eerder eigenaar was van de toren, voelt het project persoonlijk. ‘Het is voor mij niet alleen cultureel erfgoed, maar ook familie-erfgoed. Dat ik deze toren samen met zoveel betrokken mensen een nieuwe toekomst mag geven, vind ik fantastisch.’
Die betrokkenheid voelt het hele team. Veel vakmensen komen uit de regio en rijden al hun hele leven langs de toren. ‘Ik hoop dat mensen straks zeggen: wat mooi dat die toren behouden is gebleven,’ besluit Bram terwijl hij omhoogkijkt naar het gebouw dat langzaam uit de steigers komt. ‘En dat ze iets voelen van de liefde en het vakmanschap achter dit gebouw.’




